Veelgestelde vragen Verklaring niet-reinigbaarheid grond

Een overzicht van veelgestelde vragen over verklaringen niet-reinigbaarheid grond.

Wat is grond?

Grond is vast materiaal dat bestaat uit minerale delen met een maximale korrelgrootte van 2 millimeter en organische stof in een verhouding en met een structuur zoals deze in de bodem van nature worden aangetroffen, alsmede van nature in de bodem voorkomende schelpen en grind met een korrelgrootte van 2 tot 63 millimeter. In het kader van het Bssa wordt grond die voor meer dan 50% (gewichtsprocenten) is vermengd met ander materiaal, al dan niet met een korrelgrootte van meer dan 2 millimeter niet als grond aangemerkt. Ook baggerspecie, zijnde grond vrijgekomen uit de bodem of oever van een oppervlaktewaterlichaam wordt in dat kader niet als grond aangemerkt.

Wanneer heb ik een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond nodig?

Als u grond stort bij een stortinrichting dan heeft u altijd een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond nodig. Het Bssa kent een stortverbod voor alle grond.

Mag ik grond storten zonder verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?

Nee, voor alle grond geldt een stortverbod. In het geval van storten zonder verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond overtreedt u het stortverbod. De provincie houdt toezicht op naleving van het stortverbod.

Hoe hard is de grens van 2.000 ton als maximale partijgrootte in het kader van een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?

In de Ministeriële Regeling beoordeling reinigbaarheid grond is statisch opgenomen dat een te beoordelen partij niet groter is dan 2.000 ton. Rijkswaterstaat beoordeelt tevens of de grond is onderzocht conform de vereiste ex-situ partijkeuring overeenkomstig het SIKB-protocol 1001. Indien voorafgaand aan de partijkeuring duidelijk is dat de te onderzoeken partij groter is dan 2.000 ton, dan dient deze te worden opgesplitst en vervolgens in deelpartijen van maximaal 2.000 ton te worden onderzocht. Aanvragen voor een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond waarbij duidelijk is dat voorafgaand aan de partijkeuring bekend was dat de partij groter is dan 2.000 ton worden afgewezen.

Mag ik een partij bodem voor een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid ook in-situ keuren?

Nee. Een in-situ keuring van een partij bodem conform SIKB-protocol 1001 is wel geschikt als grondslag voor de milieuverklaring bodemkwaliteit voor hergebruiksgrond in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. Rijkswaterstaat vraagt expliciet om een ex-situ depotkeuring, omdat de ontgraving van in-situ partij niet is geborgd. Een aanvraag op basis van een in-situ keuring zullen wij weigeren, hetgeen de afgelopen jaren helaas ook enkele malen is gebeurd.

Welke gegevens moet ik naast een asbestonderzoek volgens NEN 5707 nog meer aanleveren voor een aanvraag van een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond?

Rijkswaterstaat vraagt ook om bepaling van de chemische parameters uit het standaard stoffenpakket A (9 metalen, som PCB's, som PAK's en minerale olie), aangevuld met parameters die verhoogd in de partij verwacht worden en fysische parameters, zoals het organisch stof gehalte volgens NEN 5754, het lutumgehalte en de fractieverdeling van de minerale delen volgens NEN 5753 en het gehalte calciumcarbonaat volgens NEN 5757. Partijen asbesthoudende grond (asbest >100 mg/kg d.s.) kunnen overigens zowel op basis van een ex-situ depotkeuring als in-situ bodemonderzoeksgegevens worden aangemeld.

Moet reinigbare of immobiliseerbare grond ook in depot worden gekeurd?

Nee, de Ministeriële Regeling beoordeling reinigbaarheid grond stelt alleen regels voor niet-reinigbare en niet-immobiliseerbare grond. Het staat ontdoeners vrij om reinigbare of immobiliseerbare grond direct af te voeren naar daarvoor erkende verwerkingsinstallaties. Rijkswaterstaat adviseert wel om ook deze grond zoveel mogelijk (indicatief) in depot te keuren om vast te stellen of de samenstelling wel overeenkomt met de verwachting op basis van de in-situ bodemonderzoeken. Met regelmaat treden (zeer) grote verschillen op in kwalificatie.

Kan ik als grondreiniger die gecertificeerd en erkend is voor BRL SIKB 7500 en SIKB-protocol 7510 al mijn residu van grondreiniging aanmelden op basis van dit procescertificaat?

Nee, op basis van uw procescertificaat kunt u alleen het residu aanmelden dat u produceert bij de reiniging van partijen grond waarop de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting niet-reinigbaar te storten residu zal ontstaan. Dit betreft overigens wel het merendeel van het geproduceerde residu van grondreiniging in Nederland. Het residu dat wordt geproduceerd bij de reiniging van partijen grond waarop (a) de BRL SIKB 7500 van toepassing is en waaruit naar verwachting reinigbaar residu zal ontstaan en (b) partijen waarop de BRL SIKB 7500 niet van toepassing is kan niet op basis van uw procescertificaat worden aangemeld. Voor deze partijen is een aanvraag in veel gevallen ook niet relevant.

Is grondreinigingsresidu ook koud-immobiliseerbaar?

Nee, residu dat is vrijgekomen bij de procesmatige reiniging van partijen verontreinigde grond, is niet immobiliseerbaar. Dit is expliciet opgenomen in het tweede lid van artikel 12 van de Regeling beoordeling reinigbaarheid grond 2006.

Wanneer mag ik starten met de afvoer van mijn partij grond naar de stortinrichting?

'Eerst een verleende en geldige verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond van Rijkswaterstaat in bezit, daarna pas storten', luidt het credo. Zonder verklaring overtreedt u namelijk het stortverbod. Bovendien controleert Rijkswaterstaat steekproefsgewijs en in geval van twijfel gegevens van de aanvraag door de partij bijvoorbeeld op locatie te inspecteren of te herkeuren. Indien blijkt dat (delen van een partij) grond gedurende een aanvraag reeds is afgevoerd naar een stortinrichting dan wordt deze mogelijkheid van controle ontnomen. In een dergelijk geval zal Rijkswaterstaat een aanvraag om een verklaring van niet-reinigbaarheid weigeren en het bevoegd gezag informeren.

Welke gegevens moeten worden aangeleverd voor een verklaring voor een stortcluster volgens §6.3.6 van de BRL9335-1

Voor doelmatige beoordeling van een aanvraag voor een verklaring van niet-reinigbaarheid voor een ten behoeve van stort samengevoegde partij adviseren wij de volgende gegevens direct bij de aanvraag te voegen.

  • Partijkeuring van de samengevoegde partij;
  • Een overzicht van de als niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar gepre-kwalificeerde partijen met daarin:
    • Tonnage per geprekwalificeerde partij;
    • Reden waarom de partij is beoordeeld als niet-reinigbaar en niet-immobiliseerbaar;
    • Verwijzing naar de voorinformatie waarop de beoordeling is gebaseerd (met verwijzing naar het relevante rapport-, monster- en analysenummer).
  • De voorinformatie (bodemonderzoeksgegevens en/of indicatieve keuringen) van de samengevoegde partijen.

Het toevoegen van de genoemde gegevens maakt een doelmatige beoordeling van de aanvraag mogelijk. Indien deze gegevens ontbreken maar wij ze wel nodig achten, dan bestaat de kans dat wij deze gegevens alsnog opvragen waarbij de beoordelingstermijn mogelijk wordt opgeschort.

Waarom komen medewerkers van Rijkswaterstaat langs op saneringslocaties om depots te bekijken?

Sinds augustus 2000 zijn in onze beoordelingsprocedures enkele waarborgen ingebouwd om er zeker van te zijn dat een aangemelde partij grond inderdaad grond betreft. Indien twijfel bestaat over de herkomst van een partij of indien een partij veel puin en/of afval bevat dan zullen wij de partij op locatie (laten) inspecteren. Als wij langskomen zit u dus niet per definitie in het verdachtenbankje... deze werkwijze maakt onderdeel uit van onze reguliere beoordelingsprocedures.

Hoe lang is mijn verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond geldig?

Rijkswaterstaat stelt geen vaste termijn aan de geldigheid van een verklaring van niet-reinigbaarheid voor grond. De verklaring is echter niet geldig voor een partij die na afgifte van de verklaring meer dan 10% in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven. Indien de partij na afgifte van de verklaring meer dan 10% in massa groter blijkt dan in de verklaring is aangegeven, dan wordt het meerdere aangemerkt als een afzonderlijke partij, waarvoor u een aparte verklaring moet aanvragen. Bovendien kan een verklaring haar geldigheid verliezen (en worden ingetrokken) indien:

  • de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen, indien bij de beoordeling daarvan de juiste gegevens bekend waren geweest;
  • de omvang of de samenstelling van de partij zodanig is gewijzigd dat een hernieuwde beoordeling noodzakelijk is;
  • gedurende ten minste twee jaren van de verklaring geen gebruik is gemaakt.

Wanneer is een partij asbesthoudende grond wel/niet reinigbaar?

Over het algemeen geldt dat zandige met asbest verontreinigde grond, ook met eventuele nevenverontreinigingen, reinigbaar is via nat-extractieve grondreiniging. Grenswaarden liggen op 10.000 mg/kg hechtgebonden asbest of 1.000 mg/kg niet-hechtgebonden asbest (gewogen). Grond die uitsluitend is verontreinigd met grove stukken hechtgebonden asbest kan ook droog worden gezeefd. Met asbest verontreinigde klei- en veengrond met nevenverontreinigingen en/of fijne stukken niet-hechtgebonden asbest is meestal niet-reinigbaar.

Wordt er tegenwoordig eigenlijk nog veel verontreinigde grond gestort?

Nee, ten minste duidelijk minder dan in het verleden. De Werkgroep Afval Registratie registreert de hoeveelheid gestort afval op alle Nederlandse stortplaatsen. Deze werkgroep concludeert dat tussen 2000 en 2010 jaarlijks ongeveer 0,5 à 1,0 miljoen ton verontreinigde grond is gestort in Nederland. Tussen 1990 en 1995 was dit nog 1,8 à 2,5 miljoen ton. Eigen gegevens van Rijkswaterstaat bevestigen deze dalende trend. Meer informatie vindt u op de pagina: Cijfers verwerking van grond.

Komt PFAS-houdende grond in aanmerking voor een verklaring van niet-reinigbaarheid?

Zie mogelijkheden om wel of niet in aanmerking te komen voor een verklaring van niet-reinigbaarheid op iplo.nl